Tijdens de Week van de Circulaire Economie brachten we een groep R&D-professionals, managing directors, duurzaamheidsmanagers en productontwerpers samen om echt aan de slag te gaan met circulair, veilig en gezond productontwerp volgens de principes van internationaal erkende standaarden.
Van theorie naar (eigen) product in één middag
De workshop vond plaats bij ons op kantoor in Utrecht. De Utrecht Community (UCO), een voormalige treinloods van de NS die zelf een mooi voorbeeld is van circulair denken: duurzaam gerenoveerd, in gebruik genomen door een community van ondernemers die allemaal iets doen met duurzaamheid. Een inspirerende plek met veel groen en hout zette meteen de toon.
We begonnen met een plenaire introductie: wie zijn we, wat brengt iedereen mee, en wat verwacht je van de middag? De deelnemers hun verwachtingen. Thema's die terugkwamen: de link tussen certificering en productontwerp, hoe je begint als het product al bestaat, en de vraag waar je als R&D-team écht mee aan de slag kunt.
Die verwachtingen waren precies wat we wilden beantwoorden.
Waarom data zo belangrijk is voor circulaire producten
Slechts 7% van de wereldeconomie is op dit moment circulair en dat percentage groeit nauwelijks. Tegelijkertijd laat onderzoek naar productlevenscycli zien dat verreweg de grootste milieu-impact al wordt bepaald in de ontwerpfase: welke materialen kies je, hoe stel je het product samen, en wat overweeg je voor het einde van de gebruiksfase? Nienke Steen van het Cradle to Cradle Product Innovation Institute geeft aan dat naar schatting 45% van de uitstoot wordt veroorzaakt door de manier waarop we producten maken en het gebruik daarvan. Naar schatting wordt 80% van de milieu-impact bepaald door het ontwerp van een product.
Het maken van producten die passen in een circulaire economie is daarom geen kwestie van afvalmanagement achteraf. Het is starten bij productontwerp, materiaalkeuzes, je leveranciers, chemische samenstellingen van materialen en dat ene component dat erin zit. Circulair productontwerp is dus geen afvalvraagstuk. Het is een R&D-vraagstuk.
Ook vanuit de EU neemt de druk toe: uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt breder, de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) stelt minimale eisen per productcategorie, en het verplichte digitale productpaspoort komt eraan. De inwerkingtreding verschilt per productcategorie en wordt stapsgewijs ingevoerd. Echter kunnen we met zekerheid zeggen dat organisaties die nu investeren in circulaire productdata goed voorbereid zijn op de aankomende regelgeving. Het verzamelen van (geverifieerde) data heeft simpelweg tijd nodig.
Een andere belangrijke factor is AI en hoe dit aankoopbeslissingen snel verandert, vooral als het gaat om duurzaamheid. Naarmate AI-systemen steeds meer geïntegreerd raken in inkoopprocessen, digitale marktplaatsen en consumententools, vertrouwen ze in toenemende mate op gestructureerde, verifieerbare data om producten te vergelijken. Dit betekent dat claims alleen niet langer voldoende zijn; doorslaggevend is of duurzaamheidsinformatie betrouwbaar is, gevalideerd is en consistent door machines geïnterpreteerd kan worden.
In deze context wordt geverifieerde data waardevoller dan ooit. Producten die worden ondersteund door onafhankelijk geverifieerde informatie, zoals third-party certificeringen, gestandaardiseerde meetmethoden en transparante rapportage, hebben een grotere kans om herkend en aanbevolen te worden door AI-gestuurde systemen. Dit verschuift het concurrentievoordeel naar bedrijven die geloofwaardig, datagedreven bewijs kunnen leveren van hun milieu- en sociale prestaties.
Als gevolg daarvan is het afstemmen op internationale frameworks en standaarden niet langer slechts een compliance-oefening; het wordt een strategische noodzaak. Frameworks zoals het Cradle to Cradle Products Innovation Institute programma en de ISO 59000-serie bieden de structuur en vergelijkbaarheid waar AI-systemen op vertrouwen.
Of je bedrijf ervoor kiest vanwege de nieuwe EU-regels of uit strategische overwegingen, productdata is essentieel. Zonder die data blijft circulariteit een goede intentie in plaats van een strategische keuze waarmee je kunt voldoen aan de eisen.
ISO 59000 en Cradle to Cradle: een raamwerk voor de praktijk
De workshop was in lijn met twee internationaal erkende kaders voor de circulaire economie: de ISO 59000-serie als normatieve basis voor de circulaire economie en het Cradle to Cradle Certified® Products Innovation Program als een van de meest ambitieuze certificeringsstandaarden voor circulaire producten.
De ISO 59000-serie legt terminologie, beginselen en meetmethoden vast voor de circulaire economie. De ISO-serie biedt houvast bij het definiëren en aantonen van circulariteit, ook in het kader van EU-rapportage en productpaspoorten.
Het Cradle to Cradle Certified®-programma (door een derde geverifieerd certificaat) beoordeelt producten op vijf categorieën: Material Health, Product Circularity, Water & Soil Stewardship, Clean Air & Climate Protection en Social Fairness. De workshop focuste bewust op de eerste twee: de categorieën waar R&D en productontwikkelaars de meeste directe invloed op hebben.
Binnen het certificeringsproces kun je verschillende niveaus behalen. Voor de categorie productcirculariteit gelden hiervoor in grote lijnen de volgende criteria.
Brons: er is een eerste plan inclusief een materiaalbeoordeling om te kijken of het product en de materialen geschikt zijn voor het gekozen plan.
Zilver: er is een pilotfase met actieve partnerschappen om de circulaire infrastructuur op te zetten.
Goud: het product is actief aan het circuleren en er is actieve monitoring passend bij de doelstellingen.
Platina: het product is circulair op een niveau van maximaal technisch haalbaar, waarbij er ook een plan is uitgewerkt voor meerdere circulariteitsstrategieën per product.
Material Health: kiezen voor veilige en gezonde materialen
De workshop daagde de deelnemers uit om een beknopt onderzoek te doen naar verschillende materialen. Deelnemers onderzochten toxische risico’s van materialen door beschikbare informatie te beoordelen, vooral tekorten daaraan, en identificeerden risico’s per materiaalsoort (nieuwe grondstof, biobased of post-consumer recycled materiaal). Zo wordt duidelijk dat het testen van post-consumer recycled materiaal op toxiciteit cruciaal is. En dat bio-based materialen risico’s met zich meebrengen op het vlak van pesticidengebruik. Daarnaast zijn er bepaalde materialen waarvan we weten dat deze niet passen in een circulaire economie of extra aandacht vereisen (bijvoorbeeld PVC). Dit vormde een eerste stap in het beter begrijpen van de aanpak.
De praktische waarde: deze beoordelingen vertalen zich direct naar acties. Welke materialen of stoffen moeten worden vervangen? Welke leveranciers moeten transparanter worden over de chemische compositie van materialen? Dat is het moment waarop de theorie een werkwijze wordt binnen een organisatie.
Product Circularity: een circulaire strategie kiezen en uitwerken
In de workshop gingen deelnemers aan de slag met het kiezen van een circulaire strategie. De opdracht: bepaal een circulaire strategie afhankelijk van de biologische of technische cyclus waarin het product na de eindegebruiksfase terechtkomt. Kijk naar welke partners daarvoor nodig zijn en denk na over de infrastructuur die dat vraagt.
De deelnemers worstelden met vragen die in de praktijk écht spelen: wat als een bouwproduct steeds op een andere maat wordt gemaakt, hoe organiseer je dan hergebruik? Wie is verantwoordelijk als een product in de gekozen circulaire infrastructuur terechtkomt? En hoe verhoudt materiaalkeuze zich tot de circulaire strategie die je ambieert?
De conclusie die steeds terugkwam: je kunt het circulaire eindpunt niet los zien van de eerste materiaalkeuzes in de ontwerpfase. Ontwerpen voor circulariteit beginnen bij de tekentafel, niet bij de afvalverwerker.
Het digitale productpaspoort (DPP): nu starten met het verzamelen van circulaire data maakt het verschil
In het laatste deel koppelden we de workshop aan het digitale productpaspoort dat vanuit de EU op ons afkomt. Dit paspoort vereist precies de informatie die deelnemers hadden verzameld: materiaalsamenstelling, circulariteit, partners, chemische inhoud en toxiciteitsrisico’s. Voor organisaties die al met deze aanpak werken, is het paspoort een vanzelfsprekende vervolgstap.
De ervaring van de deelnemers van de ´Workshop safe & circular by design´
In het kort delen wij de vijf concrete stappen voor circulaire productontwerp die wij tijdens onze workshop hebben besproken:
Nulmeting: weet wat er in je product zit
Kies voor veilige en gezonde materialen, ook bij gerecycled materiaal
Kies een circulaire strategie dat aansluit bij je materiaalkeuzes
Werk samen met partners en eis transparantie voor het creëren van circulaire infrastructuren
Gebruik standaarden en certificeringen als aanpak en erkende methode
Deze 2 uur durende workshop combineerde strategie, technische diepgang en praktische tools om producten te ontwikkelen die veilig, circulair en toekomstbestendig zijn, én aansluiten bij internationale standaarden.
Lees hieronder de ervaring van deelnemers:
“Boeiende workshop! In de oefeningen moet je zelf actief nadenken. Je gaat opnieuw kijken naar data en verwerkingsmethodes.”
“Superleuke workshop. Goede topline en praktische handvaten.”
“Super nice! New view on material use and how to connect it with the R-ladder.”
“Leuke workshop. Een goede combinatie van informatie & workshop.”
Wil je meer weten over onze circulaire productontwerpworkshop?
Wij geven de workshop ook in-company of in samenwerking met andere organisaties. Wij stemmen de workshop af op de producten, het kennisniveau en eventuele specifieke vraagstukken. Het programma varieert van een introductiesessie van 2 uur tot een verdiepende dag met praktijkoefeningen op basis van eigen producten. Neem contact met ons op voor meer informatie.